Samen meer waarde

Lees mee over de schouders van onze toezichthouders, regelmatig verschijnt er van één van hen een nieuw verhaal:

Ophokplicht gooit roet in het eten

ganzen zomer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via een gemeente kreeg ik niet zo lang geleden de vraag of het was toegestaan om met ganzen in het openbaar gebied een feestelijke happening op te luisteren.


Het mooie aan de vraag die me werd gesteld, was het feit dat het ging om de opening van een speeltuin in een woonwijk. De kinderen van de plaatselijke basisschool zouden op een woensdagmiddag kunnen gaan kijken naar hoe een ganzenhoeder met trommel gevolgd zou worden door 8 ganzen. Aansluitend paradeerde dan een ganzenmeisje door enkele straten van de wijk om afsluitend de kinderen mee te nemen naar het speeltuintje om daar de opening te voltrekken. Bijkomstigheid was dat de commerciële getrainde ganzen uit Duitsland kwamen en ze zelfs waren ingeënt tegen de vogelgriep.


Een onschuldig geheel zou je zeggen. En toch gooide de afgekondigde ophokplicht roet in het eten. Na wat research bij de verschillende overheden was er ook voor dit event geen ruimte. Een domper voor de kinderen uit de wijk. Het erfbetreders protocol gaf aan dat contact met commercieel pluimvee bij gewone burgers tot een minimum beperkt moest worden.


De ophokplicht die landelijk was afgekondigd was ook bij de Omgevingsdienst een onderwerp wat dagelijks de revue passeerde. De afgekondigde ophokplicht was heel helder en gaf aan dat het niet mogelijk was om commercieel gehouden dieren ten toon te stellen en / of mensen in aanraking te laten komen met vogels, pluimvee en eenden. Ook wij als toezichthouders mochten sinds de vogeltrek geen controles meer uitvoeren bij pluimveehouderijen. Dit om de verspreiding van de vogelgriep te voorkomen ter bescherming van het commercieel gehouden pluimvee in Nederland.

 

Mijn gedachten waren bij de kinderen. Waarschijnlijk zou de opening nu moeten verlopen met een haastig opgetrommelde ballonnenclown die, onder het toeziend oog van enkele vogelvrije stadsduiven op het hek van de speeltuin, zijn kunsten zou vertonen.

 

Grenzen bewaken

 

grenzen bewaken 

 

 

 

Als toezichthouder kom je niet alleen op het bedrijf en bij de bedrijfsleider, je gaat ook daadwerkelijk in gesprek. Doe je dat vaker, dan kan er een vertrouwensrelatie ontstaan.

Zo was ik laatst bij een bedrijf waar we vorig jaar een belangrijk deel van de activiteiten hebben stilgelegd. Dit heeft behoorlijke consequenties voor dit bedrijf, haar leveranciers én haar afnemers. Ondanks dat we het bedrijf veel slecht nieuws hebben gebracht is het belangrijk om in gesprek te blijven.

Dit gesprek gaat natuurlijk over het bedrijf, de processen, de koude harde feiten, over tonnen verwerkt product en het al-dan-niet juist doorlopen van procedures. Maar soms neemt een dergelijk gesprek een wending en wordt zo’n ondernemer ook weer een mens die tegenover een ander mens zit. Wanneer de toekomstplannen worden besproken komt ook vaak het privéleven aan bod. Echtscheidingen, familievetes, overwonnen ziektes, het verlies van dierbaren, maar vooral ook een trotse groei van het bedrijf. Alles wat er zich heeft afgespeeld op-, en rondom het bedrijf komt aan de orde. Een levensweg van meer dan 40 jaar wordt voor mij in de directiekamer ontvouwen.

En ik? Ik luister aandachtig. Maar ik let er wel op dat het niet te persoonlijk wordt, wat niet altijd makkelijk is na zoveel ontboezemingen.

Diezelfde week ontvangen we een uitnodiging van de rechtbank. Het bedrijf heeft ons voor de rechter gedaagd omdat ze het niet eens zijn met ons eerdere besluit. ‘Gelukkig’ denk ik ergens. Ook zij kunnen dus het persoonlijke van het bestuursrechtelijke scheiden. 

 

 

Waar rook is...

Wet- en regelgeving is er in verschillende soorten en maten. Je hebt hele ingewikkelde regelgeving waar een zeker inzicht en logisch nadenken een vereiste is. Er is ook regelgeving die over het algemeen geen plusklasje vereist. Neem nu dit symbool:

 

Roken en vuur verboden

Goed, let u even op? Wanneer men dit symbool aantreft wordt men geacht het kampvuur te blussen (ooit een controle bij een scouting gedaan?) en sigaar, pijp of sigaret te doven.

Wanneer treffen we een dergelijk stickertje aan? Bijvoorbeeld bij een opslagplaats van gasflessen en  licht ontvlambare vloeistoffen.

Op een warme lentedag bezocht ik een bedrijf waar vol enthousiasme metaal werd gelakt. Na het eerste half uur besteed te hebben aan het bewonderen van de behaalde diploma’s van de inrichting666houder en hem duidelijk te maken dat ik niet van het Waterschap maar van de Omgevingsdienst Zuidoost- Brabant was, werd de deur van de grote hal geopend. Als Sjakie in de Chocoladefabriek werd ik betoverd door de geluiden en geuren die als een psychedelische symfonie op me af kwamen. Vooral de geur van de sigaar van de directeur was letterlijk adembenemend. Waarschijnlijk had een toezichthouder nog nooit gevraagd naar de opslagruimte voor licht ontvlambare vloeistoffen. De ogen van de directeur begonnen te twinkelen en met rasse schreden begaven wij ons naar de bunker. Ik zal nooit vergeten hoe de geuren van sigaarrook en terpentine in elkaar opgingen…..Maar het stickertje hing er gelukkig wel.

 

 

Toon me uw keuken

BoerenkeukenAls agrarisch toezichthouder kom je niet alleen op het bedrijf, je komt ook echt bij de mensen thuis. De controle begint bijna altijd in de (boeren)keuken.

De (boeren)keuken is een belangrijk onderdeel van onze werkomgeving. Op deze plek kun je even de tijd nemen om uit te leggen wat je komt doen, nieuwe wetgeving toe te lichten en je kunt er een deel van de administratie doornemen. In ons vak geeft de keuken een extra dimensie, juist omdat het zo persoonlijk is. ‘Toon me uw keuken en ik zeg u wie u bent’, dat werk. Ik kom overal. Van oranje-groen uit ‘74 tot aan de meest moderne keukens van tienduizenden euro’s compleet met steamers, cookers en Boretti-fornuizen.

Wat me opvalt, is dat de keuken vaak een afspiegeling van de persoon zelf is. Een beeld van de keuken geeft mij dus regelmatig een idee van de agrarische bedrijfsvoering. Mij helpt een blik in de keuken dan ook om mijn verhaal in de stal voor te bereiden. Ik kan redelijk voorspellen wat ik daar aantref en daar stem ik mijn aanpak op af.

Kortom de keuken bevat een schat aan informatie. Let maar eens op bij Boer-Zoekt-Vrouw, zonder de (boeren)keukens met de hier in plaats vindende vaste rituelen zou het programma niks aan zijn. Ik betrap de KRO op typecasting, maar dan meer van de keukens dan de boeren zelf.

 

Ieder z'n werk

028462-ovps1-gevel-boerderij-deur-webHallo!’ roep ik als het erf op loop. Bij de achterdeur verschijnt een oude man van in de 80. Ik geef hem een hand en stel mezelf voor en vertel wat de reden van mijn bezoek is. Terwijl ik mijn verhaal houd, zet de boer gelijk de pas er in en loopt aan. ‘Kom’ zegt hij, ‘dan gaan we gelijk kijken. Ik heb niks te verbergen.’ Ik vermoed dat de man hoopt op deze manier zo snel mogelijk van me af te zijn. Maar voor mij geldt dat ik oren en ogen openhoud voor zaken die wellicht toch niet in de haak zijn. De snelheid die de man aanneemt, kan betekenen dat ik afgeleid word en daardoor zaken over het hoofd zie.

Op het achterterrein aangekomen laat de boer gelijk de openfrontstal zien waar voorheen melkkoeien in stonden. ‘Kijk’ zegt de boer, ‘gewoon in werking en geen bijzonderheden. In de stal staat geen enkel dier. Aan de overzijde van de stal staat de jongveestal. Daarin staan wel jonge kalveren.’ Ik merk op dat de boerderij niet meer helemaal in werking is, zoals deze ooit wel is geweest.

In de haast wil hij al naar een volgende stal lopen. Ik krijg steeds meer het idee dat er iets niet klopt. Meer en meer ben ik op m’n hoede en geef m’n ogen goed de kost. ‘Wacht even’ roep ik. Even pas op de plaats. 'Heeft u ook een dieseltank?’  ‘Ja’  Aha dit was het dus. 'Tja' geef ik de boer aan, 'deze mogen helaas niet meer.' 'Nee' zegt de boer 'dat wist ik. Maar ik denk ik wacht tot ze me een keer controleren. ‘Nou dat is vandaag dus.’
Hij begint te lachen en het ijs is gebroken. De ondernemer geeft aan dat hij al bezig is geweest met het opvragen van offertes maar een definitieve bestelling nog niet heeft geplaatst. Ik maak een afspraak over de afvoer van de tank en wanneer er een nieuwe tank voorradig zal zijn. Ik geef aan dat ik daarvoor een hercontrole uit ga voeren.

De haast is ineens verdwenen. We lopen op ons gemak nog even de overige gebouwen na, kijken nog eens naar zijn paarden en maken een praatje. Terwijl we weer naar het woonhuis toe lopen zegt de boer. ‘Gij hed zo maar een moi bantje. Da zou ik ook wel willen, d’n hulle dag wa rond rijden en overal wa binnen gapen’. ‘Zeker. Een mooie baan met veel vrijheden, maar ook soms lastig. Bij constateringen en overtredingen moet je snel schakelen en kordaat optreden.’ ‘Nee' geeft de boer aan, 'da is weer minder. Dan laat mij maar wat rommelen met m’n vee. Ieder z’n werk.’

 

Drugsdumpingen

drugsdumpingHet is maandagavond 18:15 uur. Mijn pager gaat. Deze week heb ik consignatiedienst en ben ik dus 24/7 oproepbaar. Al lopende naar de auto bel ik de meldkamer van de brandweer. Ik krijg te horen dat er in een bosperceel in de regio vaten met drugsafval zijn gedumpt. Mij wordt gevraagd, vanwege mogelijke lekkage van dit afval, ter plaatse te komen. 
Eenmaal ter plaatse word ik geïnformeerd door de adviseur gevaarlijke stoffen (ags) van de brandweer. Ik ga naar de dumplocatie en zie circa 50 vaten met een inhoud van 40 liter tussen de bomen liggen. De politie heeft op dat moment net haar sporenonderzoek afgerond waarna zij de locatie vrijgeven zodat ik ‘mijn ding’ kan doen. 
De ags heeft inmiddels de lokale afvalinzamelaar al gevraagd om het afval af te voeren. Deze komt een kwartier na mij ter plaatse. De vaten worden afgevoerd waarbij ik vast stel dat er slechts een kleine hoeveelheid (max. 10 liter) van het afval terecht is gekomen op de bodem. Ik overleg met de afvalinzamelaar en we kiezen ervoor om deze geringe hoeveelheid verontreinigde grond ook meteen af te voeren. Door onze snelle manier van handelen wordt voorkomen dat het afval verder de bodem indringt en de bodem op een later tijdstip volledig gesaneerd moet worden.
Ongeveer 2 uur nadat mijn pager afging zit ik weer in de auto op weg naar huis, benieuwd naar wat voor meldingen ik deze week nog allemaal ga ontvangen.

 

Getraumatiseerde hond

Getraumatiseerde hond - blog - beeld_Als medewerker van de ODZOB ben ik gezegend met de taak om milieuklachten te behandelen. Het is fantastisch mooi werk, vooral omdat je dan direct een sterke bijdrage kunt leveren aan een betere leefomgeving. Dat is het officieel, maar wat echt tof is om te doen, is het wegnemen van last van mensen. Overlast wegnemen is volgens mij een primaire taak van niet alleen de ODZOB, maar de gehele overheid, maar wij gaan over de fysieke leefomgeving.

Onlangs zijn wij overgestapt op een andere manier van klachten intake, dit betekent dat wij nu vaak direct contact krijgen met de klager. Waar voorheen nog een soort selectie werd gemaakt, krijgen wij nu meteen de grieven te lezen en te horen. Altijd zijn mensen blij dat wij ze (sneller dan verwacht) terugbellen, en de meeste mensen kunnen we helpen. We beantwoorden telefoontjes en gaan daadwerkelijk ' ter plaatse' om de klacht te onderzoeken. Dit betekent alleen niet dat we altijd alles op kunnen lossen en sommige trajecten duren lang, maar we kunnen (bijna) altijd iets.

Toch is er sinds de andere manier van klachten intake ook een categorie klachten ontstaan waarbij we een luisterend oor bieden, maar verder echt niets kunnen doen.... Denk daarbij aan klachten over getraumatiseerde honden, klachten over te vroeg fluitende vogels, of klachten van mensen die last menen te hebben van geluiden uit een stad 50 km verderop. En laatst nog, een klacht over een buurvrouw die ’s nachts te veel herrie maakte met haar nieuwe verkering…

 

In de Peel

De schrik sloeg mij om het hart toen ik als toezichthouder aan de slag ging voor ‘De Peel’. Waarom? Ik citeer even een stukje van Wikipedia:“Over dit afgelegen en ontoegankelijke veengebied ontstonden tal van sagen. Het moeras had de reputatie voor onbekenden levensgevaarlijk te zijn”.

Voorzien van laarzen, overal, en ontsmettingsmiddel stap ik de auto in. Aangekomen op mijn bestemming word ik opgewacht door twee gebroeders. De tekenen van een ruw leven zijn van hun gezicht af te lezen. Uit hun broekzakken steekt een zakdoek. Voor ze mij een hand geven, wordt de zakdoek nog even grondig gebruikt. Ik ben de uitvinder van ontsmettingsmiddel eeuwig dankbaar.

Nadat mijn “blinkende, ronkende roetuitstotende paard” uitvoerig door de gebroeders is bestudeerd (“Hedde gij daor nog subsidie veur gekregen van de Gemint?”) betreed ik via de stal de woonstede. Voorzien van de vergunning uit 1793 neem ik plaats op de met stro geweven stoel naast de bedstede en de kolenkachel. Om een eventuele cholera besmetting te voorkomen sla ik de koffie maar over. Wanneer ik uitleg dat ik graag een rondje over het terrein wil lopen om de waterput en het kolenhok te inspecteren, word ik door de heren verzocht om eerst iets anders te aanschouwen. Ik laat de gebroeders voor gaan en al strompelend bereiken we de garage. Omdat ik in mijn jeugd regelmatig het Karrenmuseum in het Belgische Essen heb bezocht, word ik overvallen door een golf van melancholie. De geur van stro en kolendampen bezoedelen mijn gedachten en even ben ik terug in mijn jeugd. De garagedeur gaat krakend open en ik sta oog in oog met een gloednieuwe fonkelende Audi A3. “Ak die nou mot wassen, mot ik dan nog unne olieafscheider hebben?”

 

Je kunt ook meekijken met onze toezichthouders; bekijk het filmpje

 

 

 

Ophokplicht gooit roet in het eten

 

Via een gemeente kreeg ik niet zo lang geleden de vraag of het was toegestaan om met ganzen in het openbaar gebied een feestelijke happening op te luisteren.

 

Het mooie aan de vraag die me werd gesteld, was het feit dat het ging om de opening van een speeltuin in een woonwijk. De kinderen van de plaatselijke basisschool zouden op een woensdagmiddag kunnen gaan kijken naar hoe een ganzenhoeder met trommel gevolgd zou worden door 8 ganzen. Aansluitend paradeerde dan een ganzenmeisje door enkele straten van de wijk om afsluitend de kinderen mee te nemen naar het speeltuintje om daar de opening te voltrekken. Bijkomstigheid was dat de commerciële getrainde ganzen uit Duitsland kwamen en ze zelfs waren ingeënt tegen de vogelgriep.

 

Een onschuldig geheel zou je zeggen. En toch gooide de afgekondigde ophokplicht roet in het eten. Na wat research bij de verschillende overheden was er ook voor dit event geen ruimte. Een domper voor de kinderen uit de wijk. Het erfbetreders protocol gaf aan dat contact met commercieel pluimvee bij gewone burgers tot een minimum beperkt moest worden.

 

De ophokplicht die landelijk was afgekondigd was ook bij de Omgevingsdienst een onderwerp wat dagelijks de revue passeerde. De afgekondigde ophokplicht was heel helder en gaf aan dat het niet mogelijk was om commercieel gehouden dieren ten toon te stellen en / of mensen in aanraking te laten komen met vogels, pluimvee en eenden. Ook wij als toezichthouders mochten sinds de vogeltrek geen controles meer uitvoeren bij pluimveehouderijen. Dit om de verspreiding van de vogelgriep te voorkomen ter bescherming van het commercieel gehouden pluimvee in Nederland.


Mijn gedachten waren bij de kinderen. Waarschijnlijk zou de opening nu moeten verlopen met een haastig opgetrommelde ballonnenclown die, onder het toeziend oog van enkele vogelvrije stadsduiven op het hek van de speeltuin, zijn kunsten zou vertonen.

 

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant voert voor 21 gemeenten en de provincie de wettelijke milieutaken uit
op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving