Samen meer waarde
Delen:
TwitterLinkedInEmail

Brabantse veehouders, omwonenden en natuur de dupe van problemen met combi-luchtwassers

Een onlangs uitgebracht rapport van Wageningen University & Research (WUR) bevestigt de aanhoudende signalen dat combi-luchtwassers veel slechter presteren dan ‘op papier’ is vastgelegd. Hier zijn veehouders, omwonenden en ook de Brabantse natuur de dupe van.

 

Een derde van alle varkens in Noord-Brabant staat in een stal met combi-luchtwassers. Het gaat om 732 bedrijven met 2.000 combi-luchtwassers. Volgens de vastgestelde waarden zouden de combi-luchtwassers ervoor moeten zorgen dat slechts 15% tot 30% van de geur in de omgeving komt. Het WUR-onderzoek laat zien dat de geuruitstoot rond de 60% ligt. Voor ammoniak zijn er indicatieve cijfers dat de combi-luchtwassers een kwart meer ammoniak uitstoten dan de officiële emissiewaarde. Het WUR-rapport bevestigt verder dat de andere typen luchtwassers, biologische en chemische, naar behoren functioneren. Het rapport en een brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat vindt u op tweedekamer.nl

 

Perspectief bieden

Het rijk wil niet ingrijpen in bestaande vergunningen, maar wil wel het gesprek aangaan met IPO en VNG op welke wijze de hoge geurbelasting in gezamenlijkheid en zorgvuldig aangepakt kan worden. De Brabantse overheden zijn bereid om met het rijk hierover in gesprek te gaan, wat moet leiden tot een gedegen aanpak met bijbehorende rijksmiddelen om de problemen met de combi-luchtwassers ongedaan te maken. Combi-luchtwassers worden in de praktijk vaak gebruikt in stallen dicht bij woon- en werkbestemmingen. In veel gevallen blijkt de geurbelasting voor omwonenden nu hoger te zijn dan de normen. De aanpak van het rijk zal een perspectief moeten bieden aan juist die omwonenden en ondernemers, omdat er bij hen veel ongerustheid is.

 

Bij de bron aanpakken

De provincie Noord-Brabant is ervan overtuigd dat stalsystemen die de uitstoot van ongewenste stoffen bij de bron aanpakken de toekomst hebben. De provincie en gemeenten zijn bereid om met het rijk en ondernemers innovaties in dergelijke stalsystemen te stimuleren. Hierdoor ontstaan er goede alternatieven voor luchtwassers. Zo zou het rijk – net als voor ammoniak en fijn stof - een bijzondere emissiefactor voor geur moeten toestaan bij proefstallen. Om innovaties sneller te kunnen toepassen, moeten emissiefactoren vaker dan twee keer per jaar aangepast worden. En het Rijk moet meer ruimte geven voor het ‘stapelen’ van maatregelen tegen geur om zo alternatieven voor luchtwassers mogelijk te maken.

 

Nieuwe problemen voorkomen

Het Rijk heeft aangekondigd dat het de regeling geurhinder en veehouderij aanpast naar aanleiding van het WUR-rapport. Om te voorkomen dat de geurproblematiek in de tussentijd nog erger wordt, werken de provincie Noord-Brabant, de Brabantse gemeenten en de omgevingsdiensten op korte termijn een gezamenlijke aanpak uit. De hoofdlijn van deze aanpak is dat zij al het mogelijke zullen doen om geen vergunningen meer te verlenen, waarbij de slechter presterende combi-luchtwassers tot overlast leiden. In sommige gevallen zullen gemeentebesturen hiervoor het gesprek met de betreffende ondernemers aangaan om tot maatwerk-oplossingen te komen. Het is immers niet in het belang van de ondernemer en omwonenden dat er geuroverlast ontstaat of dat daar ellenlange juridische procedures voor worden gevoerd.

 

Het is nu nog onduidelijk voor wat betreft ammoniak wat de consequenties zijn voor de vergunningsverlening. Het rijk zal daar nader onderzoek naar doen. De oproep uit Brabant richting het Rijk is dat dit zo snel mogelijk moet gebeuren. 

 

Zie de website van de Provincie Noord-Brabant: https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2018/april/veehouders-omwonenden-en-natuur-dupe-van-problemen-combiluchtwassers.aspx 

 

 

 

 

Naar overzicht

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant voert voor 21 gemeenten en de provincie de wettelijke milieutaken uit
op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving